Ça plane pour moi

Geplaatst in Songs

Ça plane pour moi is wellicht het meest opvallende nummer dat Lou Deprijck ooit geschreven en geproducet heeft en misschien ook de meest opvallende song in onze Eregalerij. Lou had maar één stelregel. Voor elke productie legt hij zichzelf een extreme deadline op.Binnen de 48 uren moet de plaat klaar zijn. Die deadline verplicht hem de juiste aanpak te vinden en op die manier weet hij zichzelf telkens te overtreffen. In het totaal tekende Lou voor een 70-tal elpees en een 200-tal singles in zowat alle genres ( hij producete onder meer Two Man Sound, The Hollywood Bananas ). Zijn enige drijfveer is de nummer één te willen zijn. Hij wil zowel qua originaliteit als commercialiteit de beste zijn.

Het is de zomer van 1977. Punk is op sterven na dood.The Sex Pistols zijn opgedoekt en The Damned verkochten hun ziel door met Nick Mason (Pink Floyd)  samen te werken.Lou Deprijk vindt de tijd rijp om een parodie op heel dat punkgebeuren neer te zetten. Hij schrijft samen met Yves Lacomblez Ça plane pour moi en baseert zich daarvoor op een soort mix tussen de stijl van Phil Spector, The Ramones en Subterranean homesick blues van Bob Dylan. Naar een zanger hoeft hij niet lang te zoeken. Lou zingt alles zelf in. Superviserend producer Jean Klüger weet nog goed dat Lou zijn stem bewerkte met alle in die tijd voorhanden zijnde technische snufjes. Het nummer heeft wel dringend een geschikt uithangbord nodig. Daarvoor gaat Lou aankloppen bij de in 1958 in Brussel geboren Roger Jouret die  nog in punkgroepjes als Le Bison Scout Band en Hubble Bubble had gespeeld. Samen met Lou creëert hij de figuur van Plastic Bertrand (de naam leende hij van punkjournalist Bert Bertrand tevens zanger bij The Bowling Balls ). In een soort nonsensachtig Frans doorspekt met veel slanguitdrukkingen en met een opvallend falsetto gezongen “oooh-weee-ooh” gedeelte, begint Ça plane pour moi aan een succesvolle reis rond de wereld. Binnen de kortste keren duikt de single in de maand januari 1978 de BRT Top 30 binnen, maar blijft in Vlaanderen halt houden op de 11de plaats. De 13de mei 1978 nestelt de single zich op plaats 8 in de Britse Top 40 en in Billboard’s  Hot One Hundred  is het nummer de maand voordien al opgerukt naar de 47ste positie  (in Amerika uitgebracht op het Sire-label). Volgens het Amerikaanse rockblad Rolling Stone is en blijft Ça plane pour moi nog altijd geklasseerd in de top honderd van de beste rocksongs aller tijden.

Aan deze song kleeft een niet zo leuk verhaal. In 2006 heeft de producer er meer dan genoeg van. Lou Deprijck stapt naar de rechter om alle rechten van de song voor zich op te eisen. HIj beweert dat hij Ça plane pour moi zelf  heeft ingezongen. Plastic Bertrand weerlegt dat halsstarrig. Er worden experts aangesteld die in 2010 onomstotelijk weten te bewijzen dat het inderdaad de stem van Lou is en niet die van Bertrand die je op de single te horen krijgt.  Trouwens, Lou zou de meeste van Patricks platen hebben ingezongen. Bertrand kan uiteindelijk voor de rechter alleen maar toegeven dat hij tijdens de opnamen nooit één poot in de studio heeft gezet, laat staan één noot heeft gezongen.

Na de bijval die Patrick genoot met Ça plane pour moi  heeft hij  dat  succes niet meer kunnen herhalen. In 1987 neemt hij deel aan het 32ste Eurovisiesongfestival dat toen plaatshad in Brussel en gepresenteerd werd door een andere ontdekking van Lou Deprijck, Viktor Lazlo. Plastic Bertrand vertegenwoordigt Luxemburg en zingt Amour amour. Hij krijgt 4 punten en eindigt voorlaatste. Voor hem wordt het wachten tot het voorjaar van 1989  als  hij nog eens kan scoren, deze keer met Slave to the beat (meer dan 50.000 verkochte exemplaren).

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet