Chanson populaire

Geplaatst in Songs

1973 mogen we beschouwen als een van de hoogtijjaren in de carrière van Claude François. Hij nam eerder dat jaar, de 29ste maart, een van zijn grootste successen op Je viens diner ce soir. Zodra dit nummer op single was verschenen, hadden hij en zijn entourage snel door dat ze een dijk van een hit te pakken hadden. Tijdens zijn concerten zag hij meteen aan de reactie van zijn publiek dat zij dit uit volle borst meezongen en dat het voor hem een schot in de roos was.  Geen wonder dat er op het einde van dat jaar méér dan een half miljoen exemplaren van verkocht waren. Cloclo was aangenaam verrast toen hij in de maand februari van 1973 plots op de radio Les gondoles à Venise hoorde, een schitterend duet tussen Sheila en haar toenmalige partner Ringo die daarmee bliksemsnel in de Franse hitlijsten opdoken, die zij in de maand februari zouden aanvoeren. Hij wou koste wat het kost kennismaken met de schrijvers van dit liedje Paul en Lana Sébastian en Michaële. Cloclo vroeg hun zonder blikken of blozen naar een degelijke hitsong, waarop zij vrij snel op de proppen kwamen met Je viens diner ce soir. Paul en Sébastian zouden iets later nog méér van zich laten horen, want het jaar nadien bezorgden zij Dalida de hit Gigi l’amoroso en in 1984 Jean-Luc Lahaye Femme que j’aime.

Cloclo was dus erg gretig op zoek naar een nieuwe hit toen hij enkele maanden na zijn succes met Je viens diner ce soir  aan de opname van zijn volgende elpee begon. In zijn bio kan je lezen dat hij op dat moment in de clinch lag met de Franse belastingen die zijn buitengoed “Moulin de Dannemois” waar zijn moeder woonde, wilden aanslaan.Hij had dus wel degelijk wat anders aan zijn hoofd dan met muziek bezig zijn, maar hij wist dat hij moest doorzetten, want hij had de voorbije maanden zowat de piek in zijn carrière bereikt en hij wilde die nog wel een tijdje aanhouden. François ontmoet op zekere dag de negentienjarige liedjesschrijver Nicolas Skorsky die voor Ringo het nummer Une bague, un collier had geschreven. Dat nummer sloeg zo goed aan dat hij met Ringo in zijn achterhoofd een nieuw liedje had gecomponeerd Chanson populaire. Toevallig had Cloclo daar een demootje van te horen gekregen en alles in het werk gesteld om dat nummer op de kop te tikken, kortom dat chanson van Ringo af te snoepen. Zijn manager en zijn entourage zien dat liedje niet zitten, maar Cloclo zet door en trekt in de loop van de maand september 1973 naar “Studio CBE” van Bernard Estardy gelegen in de rue Championnet in het achttiende arrondissement van Parijs. Hij wordt tijdens de opname begeleid door het orkest van Jean-Claude Petit. Jean-Pierre Bourtayre is tijdens die sessie niet alleen artistiek verantwoordelijke, maar bewerkt het oorspronkelijke nummer van Nicolas Skorsky een beetje. Hij weet uit zijn ervaring namelijk precies wat het liedje nodig heeft om er een volwaardig Claude François-succes van te maken.

Cloclo mag zijn Chanson Populaire de dertiende november 1973 lanceren tijdens de show van Maritie et Gilbert Carpentier, beiden vormen decennialang een bekend producersduo bij de ORTF . Cloclo, die altijd staat op een degelijke visuele act, laat zijn dansgroep Les Clodettes speciaal voor deze editie een opvallende choreografie uitwerken die meteen aanslaat. Eind november 1973 stijgt Cloclo met de singleversie van Chanson populaire  in de Franse hitlijsten meteen naar de elfde plaats om op het einde van de maand december op twee te eindigen vlak achter Johnny Hallyday die op één staat met Noël interdit. Een maand later snijdt Cloclo het nieuwe jaar aan met een eerste plaats. Michel Delpech, Michel Fugain en The Rolling Stones hebben het nakijken.

Vier jaar  later is Claude François dat liedje nog altijd niet vergeten en blikt een Engelse versie in in de befaamde “Abbey Road Studio’s”. Hij vraagt aan de bekende orkestleider, auteur en arrangeur Norman Newell er een Engelse tekst bij te schrijven en neemt Chanson Populaire dan op als Love will call the tune.

Het succes van Chanson Populaire vormt ook de locomotief van de gelijknamige elpee met daarop in het totaal elf nieuwe nummers waaronder J’ai encore ma maison, J’ai perdu ma chance, Jamais non rien jamais en Fille sauvage.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet