Downtown

Geplaatst in Songs

Het is een gezellige dame, zo eentje bij wie je op de koffie kan. En ze kan zo heerlijk vertellen, maar dat is ook niet moeilijk voor iemand die al begon te zingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en cd’s bleef opnemen tot een eind in de jaren 90. Hoe ik dat kan weten? Wel, ik heb ooit samen met Petula Clark een lange babbel gevoerd toen ik als producer voor Radio 2 werkte en wat ik zo prachtig vond, was  dat ze zo keurig en netjes Engels praatte. Geen klank ging bij haar verloren. Die gingen ook niet verloren toen ze in 1964 een nummer 1 scoorde in de USA met Downtown en daarmee aan een lange reeks hits begon.

Petula Sally Olwen Clark geboren de 15de november 1932 in Surrey, verloor haar moeder toen die nog maar net 38 was. Mama kon een aardig stukje zingen en van haar erfde Petula die liefde voor muziek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zong Petula als kind vaak voor de BBC. Een optelsom leert ons dat ze in zo’n 500 radioshows heeft gezongen. Na een tijdje kreeg ze haar eigen programma “Pet’s Parlour”. In 1949 nam ze haar eerste plaat op in Engeland Put your shoes on Lily. Pet is dan nog maar 17. Nadat ze op de Britse televisie in enkele series had opgetreden, scoorde ze in 1954 haar eerste echte hit met The Little Shoe Maker met drie jaar later als hit de cover With all my heart. Haar eerste Britse nummer 1, Sailor, werd een vertaling van de schlager Seemann van  de Duitse zangeres Lolita.

Op zekere dag ontmoet Petula pr-verantwoordelijke Claude Wolff van het Franse platenlabel Vogue. Ze worden verliefd en in 1961 verhuist Petula naar Parijs. Het is haar man die haar aanspoort liedjes in het Frans te zingen. Daarmee scoort ze niet alleen in Frankrijk, maar ook in België en in Canada. Wie kent uit het begin van die jaren zestig niet haar hits: Romeo, Chariot, Coeur blessé en Je me sens bien. Allemaal terug te vinden in de Top 30 in Vlaanderen.

The sixties zouden Petula’s terrein worden, zowel in de States als in Europa. Chariot zou iets later door Little Peggy March worden vertaald en opgenomen als I will follow him dat in Amerika een nummer één werd. Ook al nam Petula haar platen vaak in Frankrijk op, toch zou ze samenwerken met de Engelse producer Tony Hatch. Die  kon ook aardig wat deuntjes componeren. Hatch vond het na al die Franstalige hits wel weer tijd worden om wat in haar moedertaal te gaan zingen en opnemen. Zoals zo vaak was hij bij haar thuis op bezoek en terwijl Petula in de keuken thee aan het zetten was, kwam ze meteen de living binnenstormen toen ze een demobandje hoorde dat Tony had klaargezet. Het waren nog maar de eerste klanken van wat iets later Downtown zou worden, want Tony had er nog geen tekst bij geschreven. Hij had het eigenlijk per vergissing klaargezet, want hij had het nummer geschreven in een hotel in de buurt van Central Park in New York met de bedoeling het verder uit te werken en dan door te spelen aan The Drifters. Maar goed, Petula drong aan en zij kreeg de eer om de 16de oktober 1964 naar Londen te vliegen om daar in de Pye Studio in Marble Arch het nummer in te zingen. Dat moest allemaal live gebeuren. Dus geen vooraf opgenomen takes. Tony hield ervan alles in één track in te blikken. Orkest en zang samen.  Zo herinnert Petula zich nog dat ze in twee studio’s tegelijk opnamen die in verbinding met elkaar stonden via een tv-camera en dat een van de gitaristen Jimmy Page was. In Engeland werd Downtown  bekroond met een tweede plaats. In Amerika deed Petula die daar nog nooit eerder een hit had gescoord het nog beter door daar op één neer te strijken. De 23ste januari 1965 was het zover. Ze had vijf weken nodig gehad om van de 87ste plaats door te stoten naar de absolute top van de charts. Vlaanderen reageerde niet zo wild op Downtown. Een elfde plaats vonden we ruim voldoende. Onze noorderburen waren guller met de punten en beloonden Petula Clark met een derde plaats in hun Top 40. Het zou wachten zijn tot in 1967 wanneer Petula zowel in Vlaanderen als in Nederland op 1 zou staan met de Charlie Chaplin-compositie This is my song.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet