Dream lover

Geplaatst in Songs

Je moet het maar kunnen, met je eerste single meteen goud scoren. Bobby Darin lukte dat in 1958 met Splish splash, goed voor een derde plaats in de Amerikaanse top honderd. Datzelfde jaar scoorde hij zijn tweede toptienhit met Queen of the hop geschreven door Woody Harris.

Ook al had Bobby Darin een studiebeurs op zak om een diploma te behalen aan het Hunter College in New York City, toch liet hij die school snel achter zich om het eerst als acteur te proberen, nadien als muzikant. Zijn eerste stappen in de muziekbusiness waren jingles maken en inzingen en een optreden in “The Tommy Dorsey Show”. Zijn platencontract bij het Atco-label was de start van een glansrijke carrière waaraan hij in 1959 een vervolg breide met het door hemzelf geschreven Dream lover. HIj nam het nummer op samen met technicus Tom Dowd en de producers Ahmet Ertegun en Jerry Wexler. Pianist van dienst die dag was niemand minder dan Neil Sedaka. De 20ste april werd het nummer op 45 toeren uitgebracht met op de B-kant Bullmoose. De 8ste juni 1959 staat de single op de tweede plaats in Billboard’s Hot One Hundred, maar geraakt niet voorbij de ijzersterke nummer één van Johnny Horton The battle of New Orleans. Bobby kijkt verrast op wanneer hij van zijn platenfirma verneemt dat Dream lover op één staat in de Britse Top 40. In Nederland is de single nergens te bespeuren. In de Belgische hitlijsten zit er voor Dream lover een dertiende plaats in al mochten we toen al snel besluiten dat Darin in ons land geen hoogvlieger zou worden, want zijn grootste hit Mack the knife zou bij ons nog een plaatsje lager eindigen, waarmee zijn hitverhaal in onze contreien snel was afgelopen.

Bobby Darin kwam ondanks zijn leeftijd erg volwassen over. Hij vond het niet leuk als een tieneridool beschouwd te worden, maar hij werd door vele meisjes aanbeden en kon niet anders dan het spel meespelen. In 1961 werd hij gevraagd voor de film “Come September” aan de zijde van de toen zestienjarige Sandra Dee op wie hij stapelverliefd werd, al keerde die zich in het begin, ondanks zijn bekendheid, volledig van hem af. In de hoofdrollen zien we Rock Hudson aan het werk naast Gina Lollobrigida. Eerst was haar rol aan Marilyn Monroe aangeboden, maar die liet verstek gaan. Regisseur van dienst was Robert Mulligan. De opnamen vonden plaats in Rome. Sandra kende de reputatie van Bobby als ladies’ man wel. In Hollywood was dat onderwerp the talk of the town. Haar reputatie was onbesproken en ze dacht wel twee keer na alvorens op de avances van Bobby in te gaan. Maar Bobby gaf niet op. Hij zocht contact met haar entourage en probeerde zich via haar vrienden bij haar in te likken. Een van die vrienden, Jack Freeman, herinnert zich dit nog: “I remember it was a Sunday afternoon… he looked at Sandy and said, ‘ All right,’ and they went. I saw her the next day, and she said,  ’Jack, he is amazing. He’s so smart. He’s so brilliant!” Van dan af werd Sandra smoorverliefd. Toen de opnamen van de film voorbij waren, besloten Sandra en Bobby te trouwen. Hun huwelijk zou geen sprookje worden, maar ze bleven samen tot in 1967.

De 9de augustus 1961 ging “Come September” in première. Naast de titelsong zong Bobby Darin ook het nummer Multiplication. In de film duikt zijn hit Dream lover niet op. Die horen we nadien wel in de films “Stardust” uit 1974 van Michael Apted, “Diner” uit 1982 van Barry Levinson en in “Hot shots” uit 1991 van Charlie Sheen.

Dream lover zal nadien vaak gecoverd worden door onder meer Johnny Burnette, The Paris Sisters, Glen Campbell in duet met zijn toenmalige vrouw Tanya Tucker, Ricky Nelson, John Lennon en Jason Donovan.

Na Dream lover zou Bobby Darin in de Amerikaanse Top 10 nog met zeven singles opduiken: Things, You must have been a beautiful baby, 18 yellow roses, If I were a carpenter enz… Meteen na zijn succes met Dream lover scoorde Bobby Darin zijn laatste nummer één Mack the knife, waarmee hij een totaal andere wending aan zijn carrière gaf.

Bobby Darin overleed de 20ste december 1973 op 37-jarige leeftijd aan een hartaanval.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet