Everybody’s somebody’s fool

Geplaatst in Songs

Vroeger, en dan bedoel ik eigenlijk de jaren vijftig en zestig, was het de gewoonte dat artiesten hun repertoire verzilverden door hun hits ook in te zingen in de talen van die landen waar ze buiten hun thuisland ook hits scoorden. Voorbeelden zat! Neil Sedaka en Paul Anka hadden snel door dat wanneer  ze hun hits in het Italiaans inzongen ze miljoenen exemplaren méér konden omzetten. Brenda Lee draaide haar hand er niet voor om haar liedjes in het Frans en het Duits te kwelen. Connie Francis zong met veel verve haar hits eveens in de taal van haar grootouders, het Italiaans, tot ze doorhad dat de Duitsers haar liedjes ook lustten. Die Liebe ist ein seltsames Spiel stond in Duitsland in 1960 op de tweede plaats en was een vertaling van haar allereerste nummer 1-hit in de USA Everybody’s somebody’s fool.

Concetta Rosa Maria Franconero moest van papa toen ze nog maar drie was de accordeon leren bespelen. Na een tijdje had ze dat aardig in de vingers, maar zingen kon ze ook als geen ander en dat werd haar uiteindelijke keuze. Connie begon schoorvoetend als zangeres van demoplaten. Muziekuitgevers lieten de liedjes die ze in eigen uitgeverij  hadden eerst inzingen vooraleer ze die aan muziekproducers en hun artiesten lieten horen.  Zo kon Connie erg goed het repertoire van Patti Page, Kay Starr en Jo Stafford vooraf inzingen. Een echte eigen stijl had Connie nog niet.  Toen ze zestien werd, mocht ze haar eerste plaatje opnemen samen met producer Lou Levy. Die man had daar zelfs 5000 dollar voor over. Toen die het aan de man wou brengen, had niemand er zin in. Zelfs de in die tijd bekende producer Mitch Miller vond dat Connie niet kon zingen. Gelukkig was er Harry Myerson van MGM Records die haar een nieuwe  kans wou bieden. Het eerste liedje dat ze mag inblikken is Freddy. Eerst en vooral omdat de zoon van Harry zo heette en omdat het voor hem een leuk verjaardagscadeau was. Het werd echter een paar singles wachten, negen om precies te zijn, vooraleer Connie raak zou schieten en dat deed ze met Who’s sorry now. Ze zou van dan af vier jaar lang één van Amerika’s populairste zangeressen blijven. Everybody’s somebody’s fool is geschreven door Jack Keller en Howard Greenfield. Die had samen met Neil Sedaka al een paar songs voor Connie geschreven ondermeer Stupid Cupid. Nog voor  ze in 1959 op concertreis naar Europa vertrekt, belt Connie, Howard met de vraag of hij voor haar geen countrygetint nummer kan schrijven. Een liedje dat ze nadien in diverse talen kan opnemen voor haar fans world wide. Maanden later komt Howard op de proppen met Everybody’s somebody’s fool. Ze trekt naar de studio samen met producer Arnold Maxim en het orkest van Joe Sherman. Connie heeft maar twee takes nodig om de definitieve versie op band ingezongen te krijgen. Everybody’s somebody’s fool wordt in 1960 in de markt gezet als B -kant van Jealous of you, maar de radio-dj’s en het publiek beslissen er anders over. Everybody’s somebody’s fool wordt Connies allereerste nummer 1. We noteren de 27ste juni 1960 wanneer ze die eerste plaats afsnoept van The Everly Brothers die vijf weken na mekaar op één hadden gestaan met Cathy’s clown.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet