Kiss and say goodbye

Geplaatst in Songs

Begonnen als The Dulcets veranderden ze hun naam in The Manhattans, zo genoemd naar een cocktail en niet naar de rijke buurt in New York. De leden van The Manhattans woonden allen iets verderop in New Jersey. Toch zouden ze mekaar daar niet tegen het lijf lopen, want het was tijdens hun legerdienst in Duitsland dat Edward Bivins en Richard Taylor besloten in de doowopstijl van de jaren vijftig, eenmaal terug in New Jersey, een groep op te richten met dit genre als invalshoek. George Smith kwam erbij samen met Kenny Kelly en Winfred Lovett. In 1964 voelden ze zich vocaal sterk genoeg om mee te doen aan een zangwedstrijd in het befaamde Apollo Theater in Harlem. Ze eindigden daar derde en werden meteen aangesproken door een zekere meneer Joe Evans van Cardinal Records. Na wat heen-en-weergepraat werd een contract ondertekend en in de maand maart van 1965 staan ze op de 68ste plaats van de Amerikaanse top honderd met I wanna be everything. Jammer genoeg flopten de drie daaropvolgende singles. In 1969 wagen ze een nieuwe kans bij het Deluxe-label, maar ook hier vangen ze qua hits achter het net. Tijdens een optreden in 1970 maken ze kennis met The New Imperials en zijn vooral onder de indruk van hun leadzanger Gerald Alston. Ze vragen of hij zich niet bij hun groep wil aansluiten, maar Gerald weigert. Wanneer iets later dat jaar George Smith aan een hersentumor overlijdt, stapt Gerald wél in de groep.

Derde keer, goede keer moeten The Manhattans gedacht hebben, want in het najaar van 1972 ondertekenen ze een platencontract bij CBS met deze afspraak dat ze nauwer betrokken worden bij de keuze van de songs en de productie. Samen met producer Bobby Martin die het klappen van de zweep had geleerd in de “Sigma Sound Studio” van het Philly-label van Gamble en Huff stappen ze de studio in en scoren in de zomer van 1973 een behoorlijke hit met There’s no me without you. Winfred Lovett, de baszanger van de groep, was diegene die het ene liedje na het andere schreef, maar er zaten geen echte hits tussen. Vaak werd hij ‘s nachts wakker met een nieuwe song in zijn hoofd, maar te moe om op te staan en het neer te schrijven. Behalve die ene nacht toen hij naar de piano strompelde en de eerste noten speelde van wat Kiss and say goodbye moest worden. Het was drie uur in de nacht en muisstil om hem heen. Wonder boven wonder vloeide de melodie eruit als stromend water. Ook de lyrics schreef hij zonder moeite in één pennenstreek op papier. Winfred vond Kiss and say goodbye van in het begin geen typische Manhattans-song. Het was countrygekruid en had net zo goed door Glen Campbell of een zwartgekleurde countrygroep gezongen kunnen worden. Samen met producer Bobby Martin werd Kiss and say goodbye opgenomen. Zoals steeds hadden ze vooraf een demo-opname klaargestoomd samen met hun eigen begeleidingsband Little Harlem en nadien had Bobby de arrangementen geschreven voor de muzikanten van de MFSB Band en de zangpartijen opgenomen in de “Sigma Sound Studio”. Ze blikten Kiss and say goodbye samen in met een andere hit van hen, een cover van de Timi Yuro-hit Hurt. Het zou nochtans veertien maanden duren vooraleer CBS besloot het als single te releasen. Hurt werd eerst een hit en pas dan kwam Kiss and say goodbye aan de beurt. Er werden daarvan twee versies op de markt gebracht:  eentje met een rapgedeelte voor de zwarte markt en eentje zonder voor het blanke publiek. De 24ste juli 1976 stond Kiss and say goodbye op één in Billboard’s Hot One Hundred. The Starland Vocal Band en hun Afternoon delight hadden ze van de eerste plaats geduwd. Twee weken later werden The Manhattans op hun beurt van de eerste plaats verdrongen door Elton John en Kiki Dee met Don’t go breakin’ my heart. Kiss and say goodbye werd platina de dag dat Richard Taylor de groep verliet om zich volledig aan zijn moslimgeloof over te geven. Er waren toen méér dan twee miljoen exemplaren van Kiss and say goodbye verkocht, alleen al in de USA. In Engeland stond de 45 toerenversie de 19de juni 1976 op vier. In Nederland zat er een trotse nummer één in, net zoals in België. Na het succes met Kiss and say goodbye zouden The Manhattans met wisselend succes nog een aantal singles uitbrengen waaronder I kinda miss you en It feels so good to be loved so bad tot ze in 1980 op vijf stonden in de Amerikaanse Top 100 met Shining star. Na vijf jaar later nog eens voorzichtig te scoren met een cover van Sam Cookes You send me, was het qua hits scoren voor The Manhattans definitief voorbij.

Covers van Kiss and say goodbye  verschenen er de voorbije jaren genoeg in versies van onder meer UB40, Joan Osborne, Sydney Youngblood, June Lodge en John Holt.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet