Maria Elena

Geplaatst in Songs

In 1933 componeerde Lorenzo Barcelata de evergreen Maria Elena die hij opdroeg aan Maria Elena, de vrouw van de toenmalige president van Mexico, Portes Gil.  Het was S.K. Russell die dit liedje van een Engelse tekst voorzag en de negentiende maart 1941 nam Jimmy Dorsey dit liedje op plaat op.  Het wordt zijn derde million seller na  Amapola en Green eyes. De plaat blijft zeventien weken na mekaar een echte bestseller met een top 1-notering als kroon op Dorseys jaarprestatie én op het palmares van zijn orkestzanger Bob Eberle.

In 1958 voegt de Franse operettezanger Luis Mariano Maria Elena aan zijn repertoire toe, maar het zou toch wachten zijn tot 1963 vooraleer het nummer een echte wereldhit zou worden. Het zijn twee Braziliaanse gitaristen die van Maria Elena een onsterfelijke versie neerzetten: Muçaperé en Erundi, geboren in een gezin van veertien kinderen, zonen van het stamhoofd van de indiaanse Tabajarastam, wonend in Cearà in het noordoosten van Brazilië. In 1932 wordt hun wat afgezonderd gelegen stam bezocht door een regiment van het Braziliaanse leger. Die slaan daar de volgende zes maanden hun kamp op. De priester die met hen is meegereisd, doopt de kinderen en geeft hun Spaanse namen. Zo worden Muçaperé en Erundi, Natalicio en Antenor Lima, genoemd naar de aanwezige legercommandant. Wegens de aanhoudende droogte beslist hun vader Mitanga te voet met het ganse gezin, in het kielzog van de terugkerende soldaten, richting Rio de Janeiro te stappen, tweeduizend kilometer ver, om daar hun heil te zoeken. Onderweg klussen ze wat bij en geraken aan eten door te jagen en vis te vangen. Ze zijn de Portugese taal niet machtig en hebben evenveel moeite om met geld om te gaan. Het verhaal wil dat Natalicio en Antenor onderweg een gitaar vinden die daar iemand had achtergelaten en geraken erdoor begeesterd. Na drie jaar bereiken ze pas in 1936 Rio de Janeiro. Intussen hebben ze eigenhandig op de gitaar leren tokkelen en zingen een aantal traditionele liedjes die ze van hun ouders geleerd hadden. Zij maken zich de Portugese taal eigen en Natalicio en Antenor verfijnen hun optreden en gaan in bars en cafés in Rio optreden als Los Indios Tabajaras om op die manier aan geld te geraken. Zij dossen zich uit in hun traditionele kleurrijke klederdracht en geraken stilaan bekend in Zuid-Amerika. Na het zien in 1945 van de film “A song to remember”, in een regie van Charles Vidor, over het leven van Frédéric Chopin, geraken de jongens begeesterd door klassieke muziek en gaan zich meer toeleggen op het bespelen van de klassieke akoestische gitaar. Eerst spelen ze thuis de platen na die ze kopen en Natalicio leert in zijn eentje noten lezen.  Hij bouwt ook eigenhandig een gitaar waarmee hij hoge noten kan spelen, hoger dan op een normale akoestische gitaar.

Na een optreden voor “Radio Cruzeiro do Sul”, tekenen ze in 1945 een contract bij platenfirma RCA. Pas in 1954 scoren ze hun eerste grote hit Pajaro campana. Zij nemen daarnaast ook composities van Chopin, Heitor Villa-Lobos en Rimskyi-Korsakov op. Zij sleutelen steeds meer aan hun optreden. In het eerste deel spelen ze in kleurrijke klederdracht Zuid-Amerikaanse muziek en na de pauze, uitgedost in smoking, hun klassieke repertoire.

 

In 1958 nemen Los Indios Tabajaras voor RCA het album  ”Sweet and Savage”  (nr. LSP 1788) op met daarop het nummer Maria Elena. Op de elpee hoor je hen uitsluitend op hun akoestische gitaren.  Zij worden nadien uitgenodigd om in New York op te treden tijdens “The Ed Sullivan Show” en krijgen een deal om twaalf weken op te treden in  de radioshow van Arthur Godfrey, maar hun plaat raakt kant noch wal. Tegen 1960 keren ze ontgoocheld naar Rio de Janeiro terug.

Het is echter wachten tot 1963 vooraleer Los Indios Tabajaras wereldbekend worden met Maria Elena. Dat liedje werd dat jaar gebruikt door het New Yorkse radiostation WNEW om er hun nieuwsberichten mee te beginnen en te eindigen. Dit was een idee van radioproducer Mike Comito. Er is zoveel vraag naar Maria Elena dat RCA besluit het in Noord-Amerika op single uit te brengen. Deejays pikken de plaat op en in de maand september van 1963 staan Los Indios Tabajaras ermee op zes in de Amerikaanse Top Honderd. In Engeland zit er zelfs een vijfde plaats in de Top Veertig in. In het totaal worden er méér dan anderhalf miljoen exemplaren van verkocht en met goud bekroond. Het jaar nadien wordt het nummer Always in my heart  verkozen als hun volgende single, maar het nummer geraakt in de States niet verder dan de vierentachtigste plaats. In de nasleep van dat succes treden zij de jaren die volgen zo’n twintigmaal op in de Amerikaanse “Johnny Carson Show” en spelen samen met grote symfonische orkesten. Op hun concertlijst prijken zo’n veertig landen. Al die tijd worden ze gemanaged door Marcel Ventura.

In 1964 maken we hier bij ons in de Benelux met hen kennis wanneer zij optreden voor de Nederlandse televisie tijdens het “Grand Gala du Disque”.

Je zou Los Indios Tabajaras als een soort onehitwonders kunnen bestempelen, maar gedreven als ze waren, bleven ze platen uitbrengen en profileerden zich meer en meer als een elpeegroep. In het totaal namen Los Indios Tabajaras achtenveertig albums op. Hun aandacht ging daarbij vooral uit naar het op plaat vastleggen van easylisteningmuziek met veel oor voor bekende evergreens zoals: Begin the beguine,  You are always in my heart ,  Blue moon en  Amor.

In 1979 verschijnt bij RCA in de reeks ” The Originals” de elpee Maria Elena met daarop twaalf van hun bekendste successen en met een introducerend woord op de hoes van Skip Voogd. Wanneer Antenor zich datzelfde jaar terugtrekt, besluit Natalicio verder op te treden samen met zijn Japanse vrouw Michiko Mikami. Zij is van opleiding een klassiek geschoolde concertpianiste. Uit liefde voor haar man en om samen met hem te kunnen optreden als gitaarduo, studeert zij vijftien maanden onafgebroken om het gitaarspel in de vingers te krijgen. Twee jaar later brengen ze samen het album “Beautiful sounds” op de markt.

Natalicio wordt een tijdje later ziek en overlijdt in 2009.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet