Strangers in the night

Geplaatst in Songs

Een van de meest bekende composities van de in 1980 in Mallorca overleden Duitse componist Bert Kaempfert  is de evergreen Strangers in the night. In Amerika werd dit lied een nummer 1 in de gezongen versie van de Voice Frank Sinatra in een productie van Jimmy Bowen en een arrangement van Ernie Freeman. Freeman zal er in 1967 tijdens de Grammy’s een award voor krijgen in de categorie Best Arrangement Accompanying a Vocalist or Instrumentalist.

Strangers in the night was voor het eerst te horen in de inmiddels compleet vergeten film “A man could get killed”, in 1966 gedraaid door Ronald Neame en Cliff Owen met in de hoofdrollen Melina Mercouri en Sandra Dee. Het filmverhaal gaat over de zakenman Garner die voor een internationale spion wordt aangezien. Het is een matige spionagepersiflage, verfilmd op mooie locaties  in Rome en Lissabon. Aan Bert Kaempfert werd door platenfirma MCA gevraagd de volledige soundtrack te schrijven. Alleen de song Strangers in the night heeft de film overleefd. In de film zelf heet de melodie oorspronkelijk Beddy-bye. Kaempfert weigerde aanvankelijk, maar toen hem werd aangeboden dat hij voor twee maanden naar Hollywood mocht, gaf hij toe. Bleek ter plaatse dat Bert samen met Herbert Rehbein met wie hij vele songs samen had geschreven in een hotelkamer werd opgesloten totdat hij op de proppen kwam met de soundtrack. Geen mens die aan de hand van de oorspronkelijke titel Beddy-bye op dat moment durfde denken dat de song in 1966 vier Grammy Awards in de wacht zou slepen. Toen de soundtrack van de film in Amerika uitkwam, vond niemand het de moeite waard om naar de winkel te stappen en zich die elpee aan te schaffen. In Duitsland, het thuisland van Kaempfert, bleef dat album zelfs onaangeroerd in de kast liggen.

Aan de bekende Amerikaanse tekstschrijvers Charles Singleton en Eddie Snyder werd gevraagd bij de instrumentale versie van het liefdesthema uit de film “A man could get killed” een Engelstalige tekst te verzinnen en dat werd Strangers in the night. Snyder herinnerde zich jaren later nog dat hij rond de piano zat, samen met Bert Kaempfert en Charles, en dat het twee weken duurde vooraleer ze tevreden waren over het eindresultaat. Toch niet uit het oog verliezen dat de song eerst aan Melina Mercouri werd voorgesteld, maar die vond dat het door een man gezongen moest worden en wees het voorstel af.

Het was producer Jimmy Bowen die Frank Sinatra op dit nummer attendeerde. Bowen had het vroeger zelf eens geprobeerd als zanger en scoorde in 1957 een bescheiden hit met I’m stickin’ with you, maar ontdekte dat hij het als producer verder zou schoppen. Hij werd door platenfirma Reprise in huis gehaald om de producties een meer poppy aanpak mee te geven. Zo scoorde hij als producer een nummer één met Everybody loves somebody, gezongen door Dean Martin, en een volgende nummer één met These boots are made for walking, gezongen door Nancy Sinatra. Bowen wou Sinatra een ander geluid geven: “My solution was to surround Sinatra’s golden voice with a dramatically more modern backing sound, particularly recording the rhythm section.”

Vrijdag de 8ste april 1966 geeft Jimmy aan Ernie Freeman de opdracht arrangementen uit te werken voor Strangers in the night. Op maandag de 11de april trekken ze ‘s avonds om vijf uur naar de studio om daar met het orkest een 15-tal keer het nummer door te nemen. Bowen doet een beroep op een stel sessiemuzikanten, bekend als The Wrecking Crew met daarin als contrabassist Chuck Berghofer, drummer Hal Blaine en percussionist Emil Richards. Ze moeten voortmaken, want om acht uur arriveert Sinatra om de song in te zingen. Voordien gaat Bowen nog snel iets eten in “Martoni’s restaurant”. Op zeker moment stapt daar zanger Jack Jones binnen die Bowen vertelt dat hij net een nummer heeft opgenomen, maar dat hij er niet zoveel in ziet. Wat blijkt. Jones heeft net Strangers in the night opgenomen. Het is dan half acht. Bowen schuift zijn snelle hap aan de kant en rent terug naar de studio. Hij heeft het plan opgevat na de opname het nummer snel te monteren en een stapel acetates te persen die hij vliegensvlug bij de belangrijkste deejays wil laten afleveren. Hij laat door een aantal koeriers die acetates aan een rist stewardessen bezorgen die ze meenemen op hun binnenlandse vlucht zodat de platen op een supersnelle manier bij de radiostations belanden.

Om acht uur is het dus zover. Het orkest zit gespannen klaar om met de opname te beginnen. Het wordt een peperdure productie met een grootse bezetting. Het mag tijdens deze drie uur durende sessie wat kosten. Producer Jimmy Bowen wil er alles uit persen om zich tegenover Sinatra te bewijzen. In het orkest zit ook gitarist Glen Campbell. “I had no idea what to expect. I found myself as nervous as a long-tailed cat in a room full of rocking chairs.” Hij is niet de enige gitarist, want hij krijgt in de studio ook nog het gezelschap van Bill Pitman, Al Casey en Tommy Tedesco. De technicus van dienst, Eddie Brackett, plaatst hen vlak naast Sinatra’s microfoon. Campbell zit het dichtst bij The Voice en kan hem goed in de gaten houden. Intussen was er een probleem gerezen wat de pianist betreft. Sinatra heeft zoals steeds zijn vaste pianist Bill Miller meegebracht, maar Bowen wil Michel Rubini als pianist, want die had de vorige repetities meegemaakt en  wist precies wat er van hem verwacht werd. Sinatra bekijkt deze scène argwanend vanop een afstand, maar met een slimme zet weet Bowen, Miller mee te lokken naar de opnameruimte en zo kan Rubini dan toch plaatsnemen achter de toetsen. Dirigent die avond van het studio-orkest is Sid Sharp. Alles loopt gesmeerd, behalve op het einde van het nummer,de laatste dertig seconden van de song.  Sinatra is gewoon een nummer mooi af te ronden, maar nu blijft het orkest doorspelen terwijl hij al is uitgezongen. Sinatra is duidelijk geïrriteerd. Bowen stelt hem voor een beetje te scatten, zoals dat vooral inde jazz gebruikelijk was. Maar dat lukt een eerste keer niet zo goed. Bowen stelt het voor nog eens over te doen, maar dat zint Sinatra niet, want die is het een nummer in één keer op tape te zetten. Hij oefende thuis altijd zo grondig dat hij er in de studio zelf mee klaar was.The Voice had trouwens de gewoonte telkens hij in de studio zong, een rist gasten uit te nodigen. Hij had altijd publiek nodig. En hij vond nu tegenover hen dat hij maar wat stond te knoeien. Uit verveling zingt hij tijdens die tweede opname op het einde een aantal dooby-dooby-doos. Producer Bowen is in de wolken. Dit is precies wat hij wil. Pianist Rubini heeft zo zijn twijfels: “People are either going to laugh you out of town or they’re going to turn on to it. One or the other.” Maar Bowen blijft bij zijn besluit. De dooby-doony-doos blijven!

De 7de mei 1966 wordt Strangers in the night op single uitgebracht met op de B-kant Oh, you crazy moon. Binnen de kortste keren staat Sinatra op één in Billboard’s Hot One Hundred en in de Britse Top 40. Insiders wisten echter vanaf het eerste moment dat Sinatra Strangers in de night niet lustte. Het was zo erg zelfs dat hij dat lied nadien maar zelden live heeft gezongen. Johnny Mathis was echter wél  fier toen hij die song kon opnemen. Zo fier zelfs dat hij een ganse elpee met liedjes van Bert Kaempfert volzong “Johnny Mathis sings the music of Bert Kaempfert’”. In Engeland was het Matt Monro die Kaempfert alle eer aandeed met zijn opname. Strangers in the night wordt meteen ook de titel van de gelijknamige elpee die Sinatra in 1966 op het Reprise-label uitbrengtt.

We dienen om het verhaal volledig te vertellen ook even je aandacht te vestigen op dat haast nooit verteld verhaal over plagiaat. De Franse componist Philippe-Gérard die ooit hits had geschreven voor Catherine Sauvage, Yves Montand en Edith Piaf, componeerde in de jaren 50 het liedje Magic Tango dat via een vriend in Amerika aanbelandde bij uitgeverij Chappell die het van een Engelse tekst lieten voorzien door Jack Kennedy. Het was het orkest van Hugo Winterhalter dat het op plaat zette en er twee miljoen exemplaren van verkocht. Op die manier kwam het ook in Europa terecht én ter ore van Bert Kaempfert. Toen Philippe-Gérard jaren later de melodie Strangers in the night hoorde, ontdekte hij dat er welgeteld 22 maten van zijn Magic tango in die melodie van Bert Kaempfert waren verwerkt. Er werd heen en weer ruziegemaakt en er werd wederzijds met enorme dwangsommen gedreigd, maar tot een echte uitspraak kwam het niet. Alleen werden in Frankrijk de auteursrechten van Strangers in the night geblokkeerd. Uiteindelijk gaf  de rechter Philippe-Gérard gelijk, op papier, want in werkelijkheid is de man er niet rijk van geworden en werd hem vriendelijk gevraagd zijn aanklacht in te trekken.

Daarnaast is er ook het wat vreemde verhaal dat Avo Uvezian (bekende Armeense jazzpianist) met de componisteneer wil gaan lopen. Hij beweert dat hij in New York verleef en daar een melodie schreef en het doorspeelde aan iemand die de tekst neerpende. Het nummer heette toen Broken guitarsOmdat hij geen kans zag het in Amerika uit te brengen, speelde hij het nummer door aan zijn vriend Bert Kaempfert die hem beloofde het in Duitsland uit te geven en de auteursrechten te delen. Wanneer Sinatra iets later het nummer in handen krijgt, weigert hij die tekst te zingen. Het zijn dan Charles Snyder en Eddy Singleton die het lied van een nieuwe tekst voorzien. Het nummer werd gedeponeerd als Strangers in the night en dus kon Uvezian geen aanspraak meer maken op de auteursrechten.

We zijn er nog niet. Er is ook de Kroatische zanger Ivo Robic die volhoudt een vinger in de pap te hebben. Hij beweert namelijk dat hij speciaal voor een liedjesfestival in Split, Kroatië, het nummer Ta ljetna noc (Deze zomernacht) schreef dat door de jury niet wordt geselecteerd. Daarop verkoopt hij de rechten aan Bert Kaempfert met wie hij in die tijd vaak samenwerkte en die het op zijn beurt arrangeert. In de zomer van 1966 neemt Ivo Robic voor het Jugoton-label zijn versie op van  Strangers in the night gezongen in het Kroatisch, Stranci u nociOpvallend is dat op het singlelabel de naam Kaempfert als componist staat vermeld, niet Robic, én de tekstschrijfster Marija Renota. Robic zal het ook in het Duits opnemen als Fremde in der Nacht.

Om af te ronden in de marge nog vermelden dat Engelbert Humperdinck beweert dat hij oorspronkelijk Strangers in the night had opgenomen, maar Frank Sinatra gaf meer gas. Die opname verdween in de kluizen om nadien nooit meer terug gevonden te worden. De 30ste januari 2001 wordt zijn album “It’s all in the game” uitgebracht met daarop een nieuwe ingezongen versie van Strangers in the night.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2018 Daisy Lane & Marc Brillouet