Suzanne

Geplaatst in Songs

Suzanne is de eerste song van de Canadese songschrijver Leonard Cohen die ervoor zorgde dat hij hier bij ons in de Lange Landen doorbrak en dan nog via een vertaling door Herman van Veen. De Engelse tekst dook voor het eerst op in de gedichtenbundel “Parasites of heaven” die Cohen in 1966 publiceerde onder de titel “Suzanne takes you down”. Datzelfde jaar werd het al op plaat gezet door Judy Collins en pas een jaar later door Cohen zelf en gelijktijdig ook door Noël Harrison. Op zekere dag ontmoet Leonard Cohen, Suzanne Verdal, de vrouw van beeldhouwer Armand Vaillancourt in Montreal. In de tekst duiken diverse beelden op van de entourage waarin die ontmoeting plaatsvindt: de kapel in de buurt van de haven Notre-Dame-de Bon-Secours, de rivier The Saint Lawrence. Ook al wordt er in de tekst in bedekte termen naar verwezen,  in een interview met CBC gaf Suzanne openlijk toe dat ze nooit een seksuele relatie met Cohen heeft gehad. Ook Cohen gaf beaamde later dat die seksuele toespelingen zich alleen maar in zijn verbeelding afspeelden.Nadien zou Suzanne, Cohen nog tweemaal hebben ontmoet: die ene keer na een concert in de jaren zeventig en twintig jaar later, maar toen liep hij haar straal voorbij. Waarschijnlijk had hij haar niet herkend, troostte zij zichzelf.

In 1969 maakt Herman van Veen er een geslaagde vertaling van op tekst van Rob Chrispijn die voor een hele rist Nederlandse artiesten teksten heeft geschreven, onder meer: Stef Bos, Connie Vandenbos, Frans Halsema, Loeki Knol, Liesbeth List, Paul de Leeuw enz… Zijn eerste succes was een bewerking van Suzanne van Leonard Cohen. Van Veen kreeg die tekst voor het eerst onder ogen toen hij op bezoek was bij zijn platenfirma Polydor. Chrispijn was toen zelf bij Polydor druk bezig met zijn eigen project “Tuig”. Robert zou zo’n 15 jaar lang intens met van Veen gaan samenwerken. Hij stond ook samen met Erik van der Wurff in voor de productie van Van Veens platen.

Suzanne wordt door Polydor in de maand april van 1969 op single uitgebracht en stoot door tot de 4de plaats in de Nederlandse Top 40. Vergeten we zeker niet de versie die Yasmine, zelf een hevige Cohen-fan, inblikte samen met Frank Boeijen waarmee ze in 2000 nog in onze Top 30 genoteerd stonden.

Van Veen is opa van Sebastiaan en Silvijn, de kinderen van zijn dochter Babette en van Querilia Vera Louise, dochter van zijn zoon Merlijn en diens vrouw Claudia. Van Veen heeft de voorbije decennia zijn fortuin goed besteed. Na de dood van zijn ouders is hij gaan schilderen en stelt die werken tentoon in zijn eigen galerie gelegen op het domein “De Paltz”,  tachtig hectaren groot, gelegen tussen het “Hilton Hotel” en de voormalige vliegbasis Soesterberg. In de oude villa, daterend van 1867, is zijn kantoor “Harlekijn Holland BV” gevestigd. Naast de villa staat een kapschuur waarin kamerconcerten en kamervoorstellingen worden georganiseerd. Van Veen was drie keer gehuwd. Eerst met Marijke Hoffman, nadien met Marlous Fluitsma en vervolgens met Gaëtane Bouchez. Uit die huwelijken heeft van Veen vier kinderen, onder meer ook Anne voor wie hij het gelijknamige liedje schreef.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet