Take Five

Geplaatst in Songs

Dave Brubeck stelde in de loop van zijn carrière vaak vast dat jazzmusici hun publiek niet genoeg uitdaagden om vaker op zoek te gaan naar avontuurlijke ritmes. Dat is precies wat hij deed toen hij het nummer Take Five in handen kreeg. In 1959 was hij druk bezig met zijn nieuwe album “Time Out”, het jaar dat Miles Davis op de proppen kwam met “King of blue” en John Coltrane met “Giant Steps”. Er gebeurde veel op jazzgebied, er werd geëxperimenteerd, maar volgens Brubeck werd er nog te vaak in de maat 4/4 gespeeld. Na een reis naar Turkije had hij besloten ritmisch wat meer te gaan switchen op zijn volgende plaat. Hij had daar een groep straatmuzikanten aan het werk gezien en hij wou iets van hun manier van spelen, zoals hij dat had gehoord tijdens de vertolking van een zeybekdans (populair in Centraal en Zuid-Turkije) ook in zijn muziek toepassen: eens een keertje bijvoorbeeld spelen in de maat 9/8.

Tijdens de zomer van 1959 trekt Dave naar de opnamestudio samen met altsaxofonist Paul Desmond, contrabassist Eugene Wright en drummer Joe Morello. Producer van dienst is Teo Macero. De elpee moet een experimenteel album worden, dat was het uitgangspunt. Er moet ritmisch voortdurend worden afgewisseld: 6/4, 9/8 en ook 5/4. De directie van zijn platenfirma Columbia Records fronst de wenkbrauwen en stelt zich daarbij toch een aantal vragen. Ze gaan uiteindelijk akkoord op voorwaarde dat Dave in het voorjaar van 1959, samen met zijn kwartet, eerst het album “Gone with the wind” uitbracht, een elpee met daarop bekende Amerikaanse songs als Swanee River, Georgia on My Mind, Basin Street Blues en Ol’ Man River. Het album werd in twee dagen tijd, de tweeëntwintigste en drieëntwintigste april, ingeblikt.

Drummer Joe Morello speelde hier en daar tijdens een optreden af en toe een solopartij in de maat 5/4 en stelde vast dat het publiek daar nogal enthousiast op reageerde. Daarom had hij voor de nieuwe plaat aan Dave voorgesteld dat hij een nummer in dat tempo zou schrijven. Dave aarzelde, maar Paul Desmond ging akkoord. Ook al staat hij genoteerd als de componist van Take Five, toch blijkt het geen eenmanswerk te zijn geweest, want buiten twee belangrijke ideeën was het vooral de samenwerking van het kwartet dat tot het eindresultaat heeft geleid.  Paul had twee losse thema’s bedacht die Dave tot een geheel smeedde. De titel Take Five was een idee van Brubeck zelf. Het nummer stond na twee takes definitief op band, maar Desmond wou er niets van weten. Hij vond het maar niets.

Brubeck hield voet bij stuk en het nummer kreeg een ereplaats op het album “Time Out”. Nu nog het probleem van de hoes oplossen, want ook met die keuze ging de directie niet akkoord. Die was ontworpen door de vaste ontwerper bij Columbia Records, de Hawaïaanse kunstenaar S. Neil Fujita. Gelukkig kreeg Brubeck steun van de toenmalige grote baas van Columbia Records Goddard Lieberson, die voor honderd procent achter dit album stond. De veertiende december 1959 wordt de elpee in de markt gezet. De kritiek is niet mals, maar het publiek is er weg van. Binnen de kortste keren is de eerste persing uitverkocht. Twee nummers steken boven de rest uit, het opvallende Blue Rondo à la Turk en Take Five. De singlekeuze valt meteen op Take Five, want Blue Rondo duurde te lang om op single te worden gereleaset, de dj’s zouden die toch nooit draaien. Iedere doordeweekse muziekliefhebber werd meteen gegrepen door de drumsolo die in het midden van het nummer opduikt. Het had nochtans niet veel gescheeld of die was ertussenuit geknipt. De single geraakt zelfs tot in de poplijsten en staat in de maand maart van 1961 op de vijfentwintigste plaats in Billboard’s Hot One Hundred. De plaat was trendsettend voor een rist jazznummers die in de maat 5/4 zouden volgen.

Het album “Time Out” werd een van de bestverkopende jazzelpees ooit. Dave was daar erg trots op, ook al moest hij bij zijn firma vechten tegen de bierkaai omdat het album onder meer bol stond van de nieuwe nummers: “Well, they were wrong. It worked. And you have to be in tempos that the public can dance to. Well, they couldn’t dance to most of Time Out unless you got into some dance halls where people could dance to 5/4 and they did dance to it. So it’s exposure. And also they didn’t want a painting on the cover. I was breaking a whole bunch of rules.”

Het kwartet kwam niet onder het succes uit, want tijdens hun daaropvolgende concerten stond Take Five steevast op hun repertoire. De vrouw van Brubeck, Lola, schreef iets later een tekst op Take Five, onder meer gezongen door Carmen McRae.  Paul Desmond componeerde later een variant op Take Five, Take Ten.. In 1962 zette Richard Anthony een gezongen Franstalige versie op plaat als Ne boude pas

tekst en research: Marc Brillouet

© 2016 Daisy Lane & Marc Brillouet