Think

Geplaatst in Songs

We hebben het geweten toen The Queen of Soul in 1968 Europa aandeed voor een fenomenale concerttour. De 7de mei nam Aretha Franklin in de Parijse “Olympia” het  livealbum “Aretha in Paris” op met liveversies van onder meer I never loved a manChain of fools en Respect. De 12de zette ze de Londense “Hammersmith Odeon” in vuur en vlam. Eerder hadden daar Otis Redding, Sam and Dave en Arthur Conley het beste van zichzelf gegeven, maar critici vonden dit concert een ster méér waard. Het enige zwakke punt tijdens haar tournee was dat Aretha niet altijd omringd werd door de beste muzikanten, wat wel het geval was tijdens haar studio-opnamen. Als je die liveopnamen van haar concerten hoort, merk je meteen die straatlengte verschil. Dat was te wijten aan het feit dat haar man, Ted White, de plak zwaaide. Hij had een orkest samengesteld met enkele vrienden, een paar tweedehands jazzmuzikanten zoals Jerry Wexler van Aretha’s platenfirma Atlantic Records hen graag noemde. Het enige pluspunt was dat Ted White die begeleidingsband nooit mee naar de studio nam, daar stonden alleen de allerbesten tot haar beschikking.

De 15de april 1968 staat Aretha Franklin in de Atlantic Studio’s in New York  voor de opname van het nummer Think, een song die ze samen met haar toenmalige echtgenoot Teddy White had geschreven. Het nummer gaat over vrijheid en het respect naar vrouwen toe. Jerry Wexler neemt de productie voor zijn rekening en doet een beroep op de volgende muzikanten: Spooner Oldham op orgel, Roger Hawkins op drums, Tommy Cogbill en Jimmy Johnson op gitaar en Jerry Jemmott op bas. De overige muzikanten komen speciaal uit Memphis overgevlogen: trompettist Wayne Jackson, tenorsaxofonisten Andrew Love en Charles Chalmers en de baritonsaxofonisten Floyd Newman en Willie Bridges. Er worden een paar gitaaroverdubs gebruikt om het nummer wat extra punch te geven.

De 2de mei 1968 wordt Think op single uitgebracht met op de B-kant een cover van Sam CookesYou send me. Tot dan toe had Aretha nog maar één keer op één gestaan in Billboard’s Hot One Hundred, in 1967 met RespectZe dacht dit nog eens over te doen, maar Think bleef haperen op de zevende plaats. Pas in 1987 geraakt ze nog eens op de eerste plaats en wel met I knew you were waiting for me in het gezelschap van George Michael.

In de Britse Top 40 zit er voor Think een 26ste plaats in. Daar doet de volgende single I say a little prayer het veel beter en eindigt op de vierde stek. In de Nederlandse Top 40 is er voor Think een twaalfde plaats weggelegd en ook hier zal I say a little prayer het veel beter doen met als eindresultaat een derde plaats. En hadden we er in België oren naar? Neen, hier was The Queen of Soul geen queen, niet eens a princess, want behalve met Spanish Harlem stond ze hier in haar eentje nooit in de Top 10.

Think verschijnt de 14de juni 1968 ook op de elpee “Aretha Now”, met naast Think nog twee geweldige soulhits See saw en het door Burt Bacharach en Hal David geschreven I say a little prayer. Het album wordt datzelfde jaar nog met goud bekroond. De backing vocals worden gezongen door The Sweet Inspirations, opgericht door Cissy Houston, de moeder van Whitney Houston. Wat nu niet meer waar zou zijn, maar wat toen gemakkelijk door de beugel kon, is dat het album in het totaal maar 29 minuten en 30 seconden duurt. Het is overduidelijk dat in die tijd een elpee aan één of twee hits werd opgehangen. Tien jaar later maakt Aretha Franklin in de Amerikaanse Top 100 een rentree als ze mag optreden in de film “The Blues Brothers” met John Belushi en Dan Aykroyd. Ze neemt een nieuwe versie van Think op die sterk aanleunt bij de originele.

In 2004 duikt Think van Aretha Franklin ook op in de soundtrack van de succesvolle film “Bridget Jones: The edge of reason”.Datzelfde jaar is het nummer ook te horen tijdens “Idols”, gezongen door Diana DeGarmo. Twee jaar later is het tijdens “Idols” de beurt aan Katharine McPhee om zich met Think de ziel uit haar lijf te zingen.

Aretha Franklin overleed de 16de augustus 2018 in Detroit, Michigan.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet