Torna a Surriento

Geplaatst in Songs

( foto Marc Brillouet voor ‘t standbeeld van de Curtis in Sorrento)

Dit lied werd in de jaren 60 als Surrender wereldberoemd gemaakt door Elvis Presley. Doc Pomus en Mort Shuman hadden een nieuwe tekst geschreven op de Napolitaanse klassieker Torna a Surriento van Ernesto de Curtis. Het lied was eerder dan Surrender al opgenomen als Come Back to Sorrento in 1951 door Toni Arden en in 1952 door Dean Martin.

De 30ste oktober 1960 neemt Elvis Surrender op in de RCA “Studio B” in Nashville samen met The Jordanaires. Zij blikken het in samen met He knows just what I need en Mansion over the hilltop. De opname heeft plaats met producer Steve Sholes en technicus Bill Porter. Voorts krijgt Presley de muzikale steun van Scotty Moore, D.J. Fontana, Buddy Harman, Hank Garland, Bob Moore, Floyd Cramer en Boots Randolph. Zij blikken in tussen tien uur ‘s avonds en een uur ‘s ochtends. De entourage van Elvis had hem vooraf verwittigd dat hij vocaal aan een moeilijke kluif begon. Hij had zijn belcantotalent al laten horen in It’s now or never, maar dit was toch van een ander kaliber. Tijdens de eerste twee takes houdt hij zich nog wat in. Hij laat de band eerst wat gewoon worden aan het arrangement. Vergeten we niet dat in die tijd alles zo goed als live werd opgenomen. Bij de vierde take heeft het orkest de perfecte intro gevonden en het juiste ritme, maar voor Elvis is het niet oké.

Presley heeft het wat moeilijk met de hoge noten. De baszanger van The Jordanaires, Ray Walker, neemt Elvis even apart. Ze trekken naar de meest rustige plaats in het gebouw dat de badkamer blijkt te zijn. Daar leert Ray, Elvis de komende minuten hoe hij precies moet ademen om die hoge noten te kunnen zingen. “Je moet net doen alsof je moet overgeven, op die manier moet je ademhalen” gaf Ray als tip mee. Terug in de studio heeft The King nog een poging of acht nodig om op het einde van Surrender majestueus uit te halen. Die geslaagde opname wordt aan de eerder goedgekeurde vierde take toegevoegd.

In amper vijf weken tijd geraakt Elvis tot op 1 van Billboard’s Hot One Hundred. Elvis gaf met deze song en It’s now or never toe dat hij altijd al graag platen had opgenomen en gezongen in de stijl van zijn idool Mario Lanza. Presleys uptempo ritme  gaf aan het geheel een eigentijdse draai zodat de plaat zowel bij een jong als een ouder publiek in de smaak viel. We moeten meegeven dat Surrender slechts 1 minuut en 51 seconden duurt en daarmee de bijna kortste Amerikaanse nummer 1-hit ooit is. Die eer gaat naar Stay van Maurice Williams and The Zodiacs dat amper 1 minuut en 36 seconden duurt. Elvis zal met Surrender van de eerste plaats worden geduwd door The Marcels en Blue Moon. In het totaal worden er van Surrender meer dan vijf miljoen exemplaren verkocht.

Torna a Surriento nu werd al in 1903 gecomponeerd door Ernesto de Curtis, toen 27 jaar jong en bezig aan de opmars van wat je zou kunnen noemen een behoorlijk succesvolle carrière. Ook al is Torna a Surriento een echt liefdeslied, toch doet het verhaal nog steeds de ronde dat de Curtis dit liedje componeerde om de toenmalige eerste minister, Giuseppe Zanardelli, ertoe aan te zetten meer financiële steun toe te zeggen aan de stad Sorrento.

Sorrento is daarom zijn beroemdste burger nooit vergeten, want aan de voet van het plaatselijk station “Circumvesuviana” in het centrum van de stad, vindt u een borstbeeld van de Curtis. Iets verderop ziet u in het “Grand Hotel Excelsior Vittoria” een gedenkbord ter ere van de beroemde tenor Enrico Caruso die vanop het terras van dit hotel met uitzicht op de Baai van Napels, ooit Torna a Surriento zong, iets wat Luciano Pavarotti nadien op die plaats nog eens heeft overgedaan. Het was naar het schijnt Enrico Caruso die voor RCA VICTOR de eerste versie van Torna a Surrniento op plaat zette en wel in 1911 al blijkt dat volgens officiële bronnen onjuist te zijn. Het standaardwerk “Caruso records: a history and discography” van John R. Bolig maakt nergens melding van deze opname.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2015 Daisy Lane & Marc Brillouet