Where do I begin? (Love story)

Geplaatst in Songs

Soundtracks hebben de voorbije decennia een aantrekkelijke rist hits opgeleverd. Een van de meest opmerkelijke is en blijft het liefdesthema uit de al even opmerkelijke film “Love story”. Die werd in 1970 een regelrechte kaskraker, gebaseerd op de roman van Erich Segal met in de hoofdrollen Ryan O‘Neal en Ali MacGraw in een regie van Arthur Hiller. De film mag je terecht een echte tearjerker noemen, een schoolvoorbeeld van een tranentrekker oftewel een huilebalk. De film leverde ook de sindsdien meest misbruikte liefdesslogan aller tijden op: “Love means never having to say you’re sorry“.

De muziek voor de film werd geleverd door de Franse componist Francis Lai die reeds eerder met zijn muziek voor de Claude Lelouch-producties “Un homme et une femme” en “Vivre pour vivre” raak had geschoten. Geen wonder dat regisseur Arthur Hiller bij hem terechtkwam voor de muziek voor “Love story”. Een terechte keuze, want Lai sleepte daarmee een Oscar in de wacht voor beste filmscore. De soundtrack belandde in Amerika op de tweede plaats van de Album Top 200. Aan de getalenteerde tekstschrijver Carl Sigman werd gevraagd het liefdesthema op tekst te zetten en hij koos voor de lyrics where do I begin. Eingelijk was het diens zoon Michael die zijn vader op de melodie had gewezen en er bij zijn vader op aandrong een tekst te schrijven. Die schreef die tekst vanuit het oogpunt van de man, Ryan O’Neal dus. Toen Carl de tekst afleverde vond de executive producer, Robert Evans, die veel te deprimerend. Hij drong er bij Carl op aan een nieuwe te schrijven. Carl is stevig op zijn tenen getrapt en weigert in eerste instantie. Maar bij nader inzien geeft hij toch toe en begint eraan in zijn living met zijn vrouw in zijn buurt. Hij zit nog maar net neer of vraagt aan haar: “Where do I begin?”En kijk, een sterke tekst is daarmee geboren.

De originele soundtrack van de film wordt gespeeld door Francis Lai & his orchestra op het MCA-label. De plaat werd opgenomen in de “Annex Studio” in Hollywood in een productie van Tom Mack. In 1971 werd de muziek van Francis Lai onderscheiden met een Oscar en een Golden Globe. De première had de 18de december 1970 plaats. Net daaraan voorafgaand besloot platenfirma RCA Theme from Love Story, gespeeld door het orkest van Henry Mancini op single uit te brengen.

De gezongen versie Where do I begin (Love Story) op tekst dus van Carl Sigman werd nadien een echte must voor zowat elke zanger die in die tijd platen opnam. Columbia Records alleen al had drie zangers in dienst die het nummer gelijktijdig hadden opgenomen en het waren niet de eerste de besten: Johnny Mathis, Tony Bennett en Andy Williams. Om een soort fair play te hanteren, besloot de promotiedienst de drie singles op dezelfde dag te releasen, de 15de januari 1971. Williams had iets meer wind in de zeilen, want die had op dat moment een eigen tv-show en aan het eind van de rit had hij het liedje in het totaal twaalfmaal live kunnen zingen. Zijn producer Dick Glasser had het nummer ook een iets meer poppy touch meegegeven. Bij Bennett was het eerder een ballad geworden en bij Mathis klonk het gewoon als een zoveelste elpeenummer.

Voor Williams werd het na zijn succes met het nummer Can’t get used to losing you opnieuw een meevaller, deze keer  met als hoogste notering een negende plaats in de Amerikaanse Top 100 van de maand februari 1971. Hij zong iets later ook een versie in het Duits, Spaans , Italiaans en zelfs het Japans (van die Japanse versie gingen zo’n zeshonderdduizend exemplaren over de toonbank). Ook andere artiesten zouden een behoorlijke hit met hun versies van  Where do I begin (Love Story) scoren, onder meer het duo Nino Tempo en April Stevens en het orkest van Henry Mancini.

In de zomer van 1971 wordt op het Columbia-label het album “Where do I begin?” uitgebracht met, naast de titelsong, een rist liedjes die Williams eerder had opgenomen, maar die nooit eerder op zijn studio-elpees waren beland.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2014 Daisy Lane & Marc Brillouet