Where the boys are

Geplaatst in Songs

Films kunnen een leuk verhaal opleveren, sterke acteerprestaties, een prachtige regie en hier en daar ook een schitterende soundtrack en als het even meezit nog een sterke hit ook. En neen, dan hoeven we niet meteen te denken aan onsterfelijke songs geschreven door al even sterke filmcomponisten als John Barry, Ennio Morricone of Hans Zimmer. Nu moet ik eerlijk bekennen dat er vroeger méér echte hits in films opdoken dan nu. Tegenwoordig worden vaak bestaande hits in soundtracks verwerkt, terwijl er vroeger vaker exclusief voor film werd geschreven. Dwing me nu niet tot het opsommen van een lange lijst, want dat zou ons te ver voeren. We kunnen ons beter beperken tot één film in een rij van veel.

In 1960 kwam regisseur Henry Levin in een productie van Joe Pasternak op de markt met de film “Where the boys are” geschreven door George Wells en gebaseerd op een roman van Glendon Swarthout. Filmmaatschappij MGM wou met deze film inpikken op een markt die uitsluitend bedoeld was voor jongeren. Teenage movies doken in het begin van de jaren zestig dan ook almaar vaker op in de bioscoop. Hun ontluikende interesse in seks werd graag geëxposeerd al moeten we ons daar naar de gang- en toelaatbare normen van die tijd niet meer bij voorstellen dan wat flirtend gezoen op een of ander zonovergoten strand door bruingebrande machokerels met ontblote torso en met in hun armen welwillende grietjes in bikini of badpak. In “Where the boys are” was de geliefde locatie bij de tieners Fort Lauderdale in Florida. De hoofdrollen waren weggelegd voor de in die tijd populaire Dolores Hart en George Hamilton. Omdat Connie Francis een platendeal bij MGM had en ze de bestverkopende zangeres van dat moment was, wilden de heren van MGM dat hun lieveling ook een rol in die film zou krijgen én dat ze zou zingen.

Het merendeel van de film baadt muzikaal in een jazzy sfeer geschreven door Pete Rugolo. Die muziek werd geschreven in de stijl van Gerry Mulligan en Dave Brubeck, een stijl die toen erg in trek was bij college students. Zij eisen in die prent ook de hoofdrol op. Connie Francis, die in de film de rol speelt van Angie, een meid die nogal stoethaspelig met romantiek en seks omspringt, mag een paar liedjes kwelen. Boris Pasternak wou die opdracht doorspelen aan Sammy Cahn die met filmsongs als Be my love, Three coins in the fountain en Because you’re mine zijn sporen al lang verdiend had, maar dat was buiten Connie Francis gerekend die via deze film een hit wou scoren en daarom ging aankloppen bij de mannen die haar al eerder aan een hit hadden geholpen, Neil Sedaka en Howard Greenfield. Die hadden Connie immers het rockende Stupid Cupid aangereikt en Connie voelde zich goed bij die liedjes van hen. Neil en Howard togen dadelijk aan het werk. Ze reikten twee songs aan. Boris was niet weg van het meest poppy liedje, maar koos voor het meer traditioneel klinkende Where the boys are, een typische filmmelodie in de filmische grandeur van de jaren vijftig geschreven. De 18de oktober 1960 trekt Connie Francis samen met het orkest van Stan Applebaum naar de opnamestudio in New York. Naast Where the boys are neemt ze nog een liedje op van Neil Sedaka en Howard Greenfield dat ze in de film zingt Turn on the sunshine. Je zal in de film ook het liedje Have you met Miss Fandango horen zingen, een song van Victor Young en Stella Unger, maar dan in de versie van Barbara Nichols.

Toen de film in het najaar van 1960 in Radio City Music Hall in première ging, was de prent meteen een schot in de roos. De soundtrack werd door MGM niet op elpee uitgebracht, maar wél Where the boys are op single. De 16de januari 1966 staat Connie daarmee op vier in de Amerikaanse top honderd. In Engeland klimt ze twee maanden later tot op vijf. In de Belgische hitlijsten valt deze plaat met geen vergrootglas te bespeuren. Nu had Connie Francis al een tijdje door dat ze de Europese markt het best kon inpalmen door haar hits in de taal te zingen van die landen waar ze geliefd was. Daarom dat MGM snel besloot Where the boys are in zes talen door Connie opnieuw te laten inzingen. In het Spaans Donde hay chicos, in het Italiaans Qualcuno mi aspetta (stond vijf weken na mekaar op één met die versie in Italië), in het Napolitaans dialect C’è qualcuno (vergeet niet dat Connie Italiaanse roots had), in het Japans Atashi-no, in het Frans Je sais qu’un gars en in het Duits Wenn ich träume. In het totaal zou Connie Francis met haar verschillende versies in vijftien landen op één geraken. Velen beschouwen Where the boys are dan ook als haar signaturesong, haar kentune. De film “Where the boys are” die zich, zoals ik al vermeldde, afspeelt in Fort Lauderdale zou deze vakantieplek in Florida meteen op de landkaart zetten. Daar waar door de bank zo’n 16.000 tieners tijdens de lente naar Fort Lauderdale afzakten om daar hun amoureuze lusten bot te vieren, waren dat er in de lente van 1966 méér dan driehonderdduizend. Connie Francis die zowat iedereen kende van haar vele optredens in tv-shows, werd binnen de kortste keren een honderd procent Amerikaans icoon. Zij stond voor alles wat met fun, humor, jong en knap te maken had. A girl to make your wish come true!

In 1984 werd er door regisseur Hy Averback een remake gemaakt van “Where the boys are” met muziek van Jude Cole, Phil Seymour en Sparks. Het zou de eerste film worden voor de net opgerichte firma TriStar Pictures. Datzelfde jaar naam Tracey Ullman voor haar album “You caught me out” een cover op van Where the boys are, zes jaar later gevolgd door een cover door de Ierse zangeres Linda Martin die daarmee in haar thuisland een toptwintighit scoorde.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet