Woman in love

Geplaatst in Songs

Barbra Streisand en het witte doek, dat is een associatie die je snel kan maken. Barbra Streisand en adembenemende concerten ook. Barbra en musical, die connectie is ook snel gevonden. Maar Barbra Streisand en hits, dat is een combinatie die niet zo voor de hand ligt, zeker niet als je weet dat ze in 1962 haar debuut op Broadway maakte en iets later schitterde in haar eerste grote rol in “Funny Girl”. Twee jaar later had ze haar eerste singlehit te pakken met People. In 1966 volgde Second hand Rose, maar het waren alle musicalgekleurde songs, nog geen echte pophits. Stilaan ging Barbra zich almaar meer profileren als filmster in “Funny girl”, “The way we were” en “A star is born”.

Toch wou ze zich almaar vaker in de populaire kijker zingen en een breder publiek aanspreken. Op het einde van de jaren zeventig scoort ze de hit You don’t bring me flowers samen met Neil Diamond, een nummer één in 1978, en No more tears met Donna Summer, een nummer één het jaar nadien.

In 1980 woont ze een concert van The Bee Gees bij in het “Dodger Stadium” in Los Angeles. Backstage ontmoet ze Barry Gibb die zich almaar meer met producties buiten The Bee Gees bezighield, niet alleen als songwriter, maar ook als producer. Barbra wou na die babbel achter de schermen sowieso met hem een album inblikken. Barry was echter als de dood om aan die klus te beginnen, want het was algemeen geweten dat La Streisand een heel moeilijke tante was om mee samen te werken. Hij had namelijk gehoord van Paul Williams die voor haar Evergreen had geschreven dat het nooit goed was. Dan schortte er wat aan de melodie, dan weer aan de tekst. Maar wat bleek, die samenwerking tussen Barry en Barbra verliep vlotter dan verwacht. Ze ontdekten dat ze beiden heel professioneel waren ingesteld.

Barbra was van plan negen liedjes op te nemen voor haar nieuwe album waarvan The Bee Gees de helft zouden leveren, maar hun samenwerking verliep zo goed dat ze er meer wou. Haar lievelingsnummer werd Woman in love dat Barry samen met zijn broer Robin had geschreven. Vooraleer er naar de studio werd getrokken, werd er nog ernstig heen en weer gepraat tussen Barry en de twee producers die Barbra had aangetrokken Karl Richardson en Albhy Galuten. Dit driespan zou ervoor zorgen dat het album “Guilty” een van de beste langspelers van La Streisand zou worden.

Koste wat het kost zou en moest Woman in love op single worden uitgebracht. Op het album staan ook een paar duetten met Barry, maar om te vermijden dat die de meeste airplay zouden krijgen, werd besloten de single Woman in love vijf weken eerder dan het album te releasen. De zesde september 1980 stormde Barbra Streisand met haar single van niets naar de 46ste plaats in Billboard’s Hot One Hundred om de 25ste oktober op de eerste plaats te arriveren. Het zou Barbra’s zevende nummer één worden nadat ze Queen van de eerste plaats had verdreven met hun Another one bites the dust. In het totaal zou Barbra drie weken op één blijven postvatten tot Kenny Rogers haar kwam aflossen met Lady.

 

Het album zou nog twee hits opleveren, deze keer samen met Barry Gibb, met name de duetten Guilty en What kind of fool, respectievelijk goed voor een derde en een tiende plaats in de Amerikaanse top honderd.

Het album “Guilty” gaat in het totaal méér dan 20 miljoen keer over de toonbank. Het werd haar absolute bestseller. Barbra was Barry zo dankbaar dat hij samen met haar op de hoesfoto mocht. Toen Barbra in 1987 na jaren nog eens live optrad tijdens haar concert One Voice aarzelde ze niet om Barry uit te nodigen en live met hem onder meer hun duet Guilty te zingen.

In Nederland stond Woman in love de 18de oktober op de eerste plaats van de Top 40. In België stond ze een week eerder helemaal bovenaan de Top 30. In ons land zou Barbra Streisand nadien nog een paar grote hits scoren, opvallend weer duetten, onder meer in 1988 samen met Don Johnson en Till I loved you, in 1996 met Bryan Adams en I finally found someone en in 1997 samen met Celine Dion en Tell him.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet