Wooly Bully

Geplaatst in Songs

Je zal het maar meemaken, een ijzersterke hit in handen hebben,  de eerste plaats in de top binnen handbereik en dan is er de ene of andere idoot die het beter wil doen dan jij. Nou, zo idioot waren The Beach Boys niet toen ze in de zomer van 1995 op de eerste plaats van de Amerikaanse top tien belandden met Help me Rhonda. Wie waren dan de verliezers die zich tevreden moesten stellen met de tweede plaats, Sam The Sham and The Pharaohs.

De band werd aan het begin van de jaren zestig door Domingo Samudio opgericht. Hij verzamelde enkele muzikanten om zich heen: Ray Stinnett, David Martin, Jerry Patterson en Butch Gibson. Op zekere avond wanneer ze moeten optreden, trekken ze voor de fun een paar kleurrijke oosterse pakjes aan met op hun hoofd elk een tulband en wat louter als een joke begon, werd hun handelsmerk. The Pharaohs waren geboren. Domingo werd door zijn vrienden Sam genoemd en The Sham was een dans die ze opvoerden terwijl er duchtig op de gitaar werd getokkeld.

Hun eerste plaat werd Betty and Dupree, geen hit. Ook Haunted house scoorde niet, maar wel luidruchtig genoeg om de aandacht van platenfirma MGM te trekken. Ze mogen meteen een elpee opnemen waarvoor Sam een liedje wil schrijven als een soort eresaluut aan een van zijn lievelingsdansen The Hully Gully. Om mogelijke discussies rond het naamgebruik te vermijden, een kwestie van copyright, vraagt zijn platenfirma Hully Gully door iets anders te vervangen en dat wordt Wooly Bully, volgens sommige bronnen de naam van zijn kat.  Misschien let je er niet zo op, maar aan het begin van het nummer wordt door Sam afgeteld deels in het Engels deels in het Spaans zoals dat een echte Tex-Mex betaamt. Hun producer Stan Kesler vindt dat zo passend bij het nummer dat hij dat ritmisch aftellen, dat eigenlijk alleen maar voor de muzikanten tijdens de opname bedoeld was, er bij de officiële versie op laat staan.

Begin 1965 komt het nummer op single uit. De 3de april staat Wooly Bully op twee in de Amerikaanse Top 100. Een wonder als je weet dat de single eerst werd geboycot omdat het nummer tekstueel zou verwijzen naar seks tussen homofielen. Sam maakt er zich van af door te vertellen dat het verhaal over zijn huiskat gaat. In de Nederlandse Top 40 zit er voor hen ook een eerste plaats in, wat ze in België nog eens overdoen. De Britten zijn niet zo verzot op Amerikaanse noveltyplaten en parkeren Wooly Bully op de elfde plaats. Hogerop kan en mag niet!

Nadien wordt geprobeerd dat succes te herhalen. De volgende sinlge Ju Ju Hand geraakt tot op 26 in de Amerikaanse popcharts. Een drieëndertigste plaats zit erin voor de volgende single Ring dang doo. Een cover van de rockabillyhit van Billy The Kid Emerson Red Hot, origineel uitgebracht op het legendarische Sun-label, flopt volledig.

Een tweede nummer twee komt eraan in de maand juni van 1966 wanneer ze met Li’l Red Riding Hood eveneens tot op de tweede plaats in Billboard’s Hot One Hundred geraken. Ze maken hun naam waar als noveltygroep door nadien nog singles uit te brengen als The hair on my chinny chin chin en Oh that’s good, no that’s bad. Tegen het einde van 1967 is het over and out.

Wooly Bully leverde Sam The Sham and The Pharaohs een Grammy-nominatie op voor Best Comtemporary Group Performance, maar The Statler Brothers en hun single Flowers on the wall gingen met de eer en de bloemen.

In het totaal brengen ze op het MGM-label drie albums uit: “Wooly Bully”,”Li’l Red Riding Hood” en ”The Best of Sam The Sham and The Pharaohs”. In 1967 split de groep en gaat Sam verder met een solocarrière. In 1974 richt hij een nieuwe versie van The Pharaohs op.

David Martin overlijdt de 2de augustus 1987 aan een hartaanval.

tekst en research: Marc Brillouet

© 2012 Daisy Lane & Marc Brillouet